maandag 19 maart 2018

Meester Claus

Wat hebben mensen met dode dichters? Wat hebben mensen met dode schrijvers als Hugo Claus? Veel meer dan we vermoeden! Ook tien jaar na zijn vrijwillige uittocht blijven we ‘de Man van vele
kunsten en kunstjes’ herdenken, en dat is, tot spijt van wie het benijdt, helemaal zoals het hoort. Overal, het is geen toeval, kun je dezer dagen naar expo’s met of zonder oesters maar altijd wel met veel ‘con amore’. Klassiekers worden herlezen. Nieuwe bloemlezingen zien het licht. Televisiedocumentaires zoomen in op leven en werk. Er zijn voorstellingen en er zijn literaire avonden alom. Clausminnaars halen de harten op, anderen bij zoveel Clausgeroezemoes de neus. Zo gaat dat bij herdenkingen. Voor- en tegens halen de tijdlijnen. Gisteren was ik in Kortrijk voor een Penhuis-programma rond het parcours in de stad dat aan de hand van die grote Claus-roman ‘Het verdriet van België” nu ook in een audiowandeling perfect kan worden nagelopen. Cees Nooteboom en Jan Vanriet diepten herinneringen van het eerste en het laatste uur op aan de man, de literaire reus, die minder sterfelijk blijkt dan de meeste andere stervelingen. Ze werden daarbij zeer vakkundig en lenig begeleid door Kevin Absillis van het Claus- studie- en documentatiecentrum die zich tevens een meester toonde in het hanteren van spoken in de vorm van weerbarstige powerpoint-voorstellingen. Het werd een heel mooie voormiddag gelardeerd met sneeuwvlokken in maart die voor de ramen van de Budafabriek een lichte toets van hemelse vergankelijkheid toevoegden aan de vele warme woorden.

Claus zelf zou, dat weten en vermoeden we, met zijn meesterlijk Ironisch Vermogen al die herdenkingsmomenten maar niks gevonden hebben. Ballast en Tierlantijnen. Franje. Maar wij, als Clausfans én believers van het eerste uur, hebben daar veel minder moeite mee. Er gaat nauwelijks een week voorbij of we zien onze eigen hand de gedichtenkast ingaan 
om er met iets van Claus weer uit te komen. Mijn eigen herinneringen zijn geen herinneringen aan de man maar aan het werk. Ik las ‘Het Verdriet’, halve jongeling nog, gaf mij over aan ‘de Verwondering’, liep onrustig in mijn eigen Hondsdagen te konkelfoezen, leerde Oostakkerse en andere gedichten van buiten. Hield van het Claus-universum en van het weidse Registreren. Want het was toch vooral de poëzie die mij vroeg in de jaren zeventig een opdonder gaf waarvan ik niet eens meer zou en wou herstellen. Wat de taal vermocht is waar Claus voor stond! Niet gering was het. Het proza van Claus mag dan intussen voor sommigen hopeloos ‘gedateerd’ zijn geraakt, en nauwelijks te onderwijzen, zijn poëzie is wat mij betreft niet te dateren. Vaak komen op bewaakte en onbewaakte ogenblikken verzen en flarden Claus opnieuw spoken in mijn hoofd… Is het de ontvankelijkheid van de jeugd die ik mij van toen herinner en die niet overgaat? Het kan. In elk geval hoort Hugo Claus al jaren, nu al tien zijn het er, bij het kransje van mijn meest geliefde doden. Het kan raar klinken voor iemand die je nooit persoonlijk hebt gekend, maar ik mis de man, de schrijver en de kunstenaar, om zijn werk en om zijn blik, om zijn lucide kijk en commentaar op de wereld, zijn ironisch en meesterlijk hanteren van de media in plaats van wat we vandaag de dag zo vaak zien gebeuren zich te lenen tot de plat-op-de-buik-gang voor een morzeltje mediaaandacht. Claus is nog lang niet dood. Dood is alleen wie is vergeten. En wie als dode schrijver niet meer wordt gelezen.

Extern
Tentoonstelling LetterenhuisAchter vele maskers – Letterenhuis
Bozar – Con Amore 
Audiowandeling in Kortrijk - Het Verdriet van België

#heimweenaarClaus


dinsdag 13 maart 2018

Kleine dienstmededeling

Vanaf vandaag ben ik mailsgewijs niet meer, of toch nog slechts een tijdje, te bereiken op mijn ouwe skynet-emailadressen.
Mijn nieuwe adres: paul.m.rigolle AT gmail.com

Dank om dat te noteren!

vrijdag 26 januari 2018

Goudlicht en avondschijn







































De ouwe Gorter achterna... "Goudlicht en avondschijn". Of alle gedichten in de bloemlezing ook Goudlicht in zich dragen, moet nog worden uitgemaakt. Zelf prijs ik mij alvast gelukkig om (opnieuw) één van de honderd te zijn. "Pentagram" is de titel... Benieuwd of dit Turing-gedicht van mij op 31/1 ek. ook de tocht naar "de Rode Hoed" in Amsterdam doorstaat... Mijn gedicht en de andere 99 kun je alvast hier nalezen! Er blijken overigens nogal wat bekende (en mij zeer bekende en vertrouwde) namen bij de  laatste 100 te zitten... Succes aan iedereen! @dichtwedstrijd @turinggedichtenwedstrijd

Extern:
Goudlicht en avondschijn (bloemlezing Poëziecentrum)
Turing-Top 100 - Editie 2017
Turing-Gedichtenwedstrijd

woensdag 24 januari 2018

In oude kranten zocht ik naar de wereld (2)




















"Dingen die men bijvoorbeeld vindt bij het opruimen van archieven"...

De Streuvels-krant is van zaterdag 16/8/1969 en die ouwe Humo - mét hét levensverhaal van Rik Van Looy - dateert van ... 3 oktober 1963. Net geen tien jaar was ik! Rik Van Looy net geen dertig... Eén van de 'statements' in dat Van Looy-interview: "Een kampioen is geen hersenloze krachtmens". Dat we dat maar weten!

woensdag 10 januari 2018

Goudmijn en instrument

Elke keer dat ik nog ‘s op zo'n lome uitwaaitocht doorheen “de Oosthoek die de mijne is” in Sluis terechtkom, ga ik hem groeten.
Onze Johan Hendrik, alias ‘de dikke’ van Dale. Naamgever van. Hij, of toch zijn borstbeeld, staat er nog steeds. Daar op het Walplein, met de rug naar het water. En begin januari uitkijkend op het plein mét een toren achtergebleven kerst- en nieuwjaarspakketten. Zijn ouders kwamen, op de vlucht voor een pokkenepidemie in het Meetjesland, omstreeks 1820 vanuit Eeklo in Sluis terecht. Volgens andere bronnen hadden echter de Belgische opstand en de afkomst van moeder van Dale daar veel meer mee te maken. Johan Hendrik, hoofdonderwijzer, taalwerker en onbezoldigd stadsarchivaris van Sluis, geboren in 1828 stierf in 1872 aan de pokken. Amper 44 jaar oud. Over zijn 'levenswerk' of toch het precisiewerk én goudmijn én instrument waaraan hij zijn naam gaf, liet hij weten:

"Het schrijven van een Woordenboek is een ondankbaar, een verdrietig werk. Is er veel, dat men heeft opgenomen of verbeterd, er is nog veel meer, dat men vergeten heeft, dat de aandacht ontsnapt is en alzoo onverbeterd is gebleven. Verzekerde mij een mijner letterkundige vrienden, dat hij, die zijn vader en moeder vermoord heeft, nog te goed was om een Woordenboek te schrijven, ik heb mijzelven vaak twijfelmoedig de vraag gedaan, of hij wel volkomen ongelijk had."

Ik heb "Een leven in woorden", de biografie over van Dale uit 2003 van de hand van Jo van Driel niet gelezen. Hoewel de tijd om te lezen met ouder te worden bij mij eerder lijkt te slinken dan omgekeerd moet ik dat misschien toch nog ’s doen. Voor ik daar aan begin is het goed om niet uit het oog te verliezen dat het standaardwerk van workaholic van Dale er wellicht niet eens zou geweest zijn zonder ene Jan Manhave die het werk van van Dale na zijn dood heeft voortgezet. Voor die Jan Manhave is evenwel voor zover ik weet nergens ter wereld een standbeeld opgetrokken. Nochtans zou mijn grote vriend “de dikke van Dale” zonder hem, en ook zonder die andere taalwerkers I.M. en N.S. Calish, niet veel meer geweest zijn dan een man die een half woordenboek samenstelde en daarmee blijvend gedoemd om tot het rijk van de grote vergetelheid te behoren. Zo zie je maar. Ook relativiteit is een woord dat in van Dale staat! (Hier volgt een smiley!)

Extern:
J.H. van Dale bij Zeeuwse Ankers
Wikipedia over J.H. van Dale
Ronny De Schepper - Dagelijks iets degelijks n.a.v. van Dale
Ewoud Sanders in NRC: Maker van een half woordenboek
Tijdschriftenbank Zeeland
Het groot woordenboek van de Nederlandse Taal - Actuele site






































Noot: Wel jammer dat dat hilarische "Wat als de dikke van dale een dikke klootzak was?"-filmpje niet meer op YouTube voorhanden is!





maandag 1 januari 2018

Mag ik jou

"Alles kan"
in 2018


Mag ik jou en de jouwen voor vandaag en voor alle andere dagen
een bijzonder gezond, creatief, waakzaam, warm & kan-srijk 2018 wensen?
Jazeker mag ik dat!




maandag 25 december 2017

Aan elk schrijven

Aan elk schrijven hoort een visioen
vooraf te gaan. Eerst komt het oerbos,
diep en stil. Bramen, struiken, lianen
slingeren zich in touw de bomen uit.
Groot en levensvatbaar schrijft de trek
zich in de vlucht van vroege vogels in.

Dieren kiezen vasteland. Wie straks
rechtop zal staan doemt kruipend op.
Figuren, personen breken uit hun lijst.
Mensen zwellen in de straten aan.
Eentweedrie een optocht. Een mars,
een stil protest. Een foto scheurt ze uit.

Nadar sluit elke omloop af. Tijd vloeit
het uurwerk uit. Het punt kruipt opnieuw
de passer in. Klank houdt woord. Of het
snelsnel of werk van lange adem wordt,
moet nog blijken. Wat onomkeerbaar is,
is nog lang niet klaar.


© Paul Rigolle


Noot: Uit de cyclus-'werk in wording'-"In het gedicht". "Aan elk schrijven" staat vandaag ook op mijn facebookbladzijde. Dit als onderdeeltje van een literaire Kerst-estafette. Zie het bericht hieronder...




zaterdag 23 december 2017

Enerzijds/Anderzijds - de nieuwe Pol Hoste bij NY

Het nieuwste nummer van NY is verschenen. Maar even zo mooi Kerstnieuws is ook dat NY van plan is om enkele 'kwetsbare' boeken per jaar uit te geven. Pol Hoste, een van onze 'all time favorites'-auteurs is de eerste schrijver die wordt uitgegeven. Enerzijds/Anderzijds is de titel van zijn nieuwste boek. Volgens NY: 'een literaire explosie'. Een omschrijving waar ik, de auteur al een tijdje volgend en lezend, zelfs niet eens even twijfels bij heb.

Uit de wervende tekst bij het boek noteer én kopieer ik naar de Pol Hoste-map:
"Kijk om je heen, lijkt hij te willen zeggen, kijk naar de beelden, luister naar de gesprekken, zie en hoor je dan niet iets heel anders? Alle pogingen om het verhaal van onze tijd te vertellen stranden, al was het maar omdat er behalve de gebeurtenissen van vandaag ook ontelbare geschiedenissen in meeklinken. Men zegt nooit precies wat men zegt. Dat is zorgelijk, soms, maar de permanente staat van miscommunicatie waarin we verkeren is ook het beginpunt van de wonderlijke redeneringen, poëtische evocaties en lyrische spraakverwarringen die Enerzijds/Anderzijds tot een literaire explosie maken."

Lezen die man! Zie ook mijn blogbericht van 25/3/2017, de dag waarop Pol Hoste zeventig jaar jong werd.

NY - Zojuist verschenen: Enerzijds/Anderzijds
Lees hier een fragment uit het boek
NY-Web




donderdag 21 december 2017

Dynamite comes - Sioen plays Graceland

Sioen! Wat een schitterend concert maakten we gisteren mee in de afwisselend rood en blauw oplichtende gloed van de Brugse stadsschouwburg. “Sioen plays Graceland”. En Hoe! Hartverwarmend, beklijvend, aanstekelijk… De koekjestrommel van de
schouwburg raakte meermaals klaar om vuur te vatten. In lichterlaaie. Zo schrijf je dat: in lichterlaaie! Eenendertig (31!) jaar jong al is de legendarische Graceland-plaat van Paul Simon maar Sioen liet de kans niet liggen om veel meer te doen dan die achteloos en terloops zomaar weer wat nieuw podiumleven in te blazen. Aangevuld met eigen nummers die de Gentse zanger met de West-Vlaamse roots - “grootvader Remi Sioen had drie muzieknoten in zijn naam staan” - vooral uit zijn “Calling Up Soweto” plukte, deed Sioen de geest van de plaat van Paul Simon helemaal herleven. Tussen de “Boy in the bubble” en zowaar de ouwe “Sounds of silence” als slotnummer, pakte Sioen moeiteloos iedereen in. In fluweel. En wat een groep ook is Sioen! Tien rasmuzikanten zetten samen met de zanger voor oog en oor een muzikaal landschap neer waarnaar je zo wil emigreren. De vier Zuid-Afrikaanse backing vocals uit Soweto wrikten elk hart open dat nog niet open was. “Sioen plays Graceland” is een concert dat de zuurtegraad van de wereld met de klap meer dan enkele punten naar beneden haalt. Muziek om helemaal blij van te worden. Jawel hoor, al wisten we het al, gisteren zagen we het nog ‘s glorieus bevestigd: “Dynamite comes in small packages”!


Meer info:
Sioen plays Graceland - Sioen-net





Bezetting van de "Sioen plays Graceland"-band:

Frederik Sioen: stem & gitaar
Tom Goethals: gitaar
Jan Roelkens: toetsen
PJ Seaux: basgitaar
Pieter De Wilde: drums
Stella Khumalo: backing vocals
Duduzile Majola: backing vocals
Vuyo Tshuma: backing vocals
Vus’umuzi Nhlapo: backing vocals
N’Faly Kouyaté: African percussion
Rony Verbiest: accordeon, saxofoon, klarinet & mondharmonica


maandag 27 november 2017

Alle treinen los - over "Literaire Living" - Editie 8 - 2017

De achtste editie van het literair festival “Literaire Living” werd er een voor de annalen. In Ardooie en verre omstreken!

Bij afwezigheid wegens ziekte moesten we in de alweer biezonder stemmig opgetuigde cultuur- en theaterkapel van de Schaduw wel de muziek van Inne Eysermans missen. Jammer voor de liefhebbers en de minnaars van de stem van de Engel van Amatorski. Benedikte Crombez en Reinout Verbeke kondigden om beurten de dichters aan en zorgden na afloop van elke lezing ook nog ’s voor een kort en fijn gesprekje. Mustafa Kör bracht er als eerste dichter van de avond, én rollend als een zachte rivier, meteen de stemming in. De voormalige stadsdichter van Genk werd eerder vooral bekend met de subtiele roman De Lammeren. Hij las gedichten uit zijn verrassend en heel erg goed onthaald poëtisch debuut Ben jij liefde. De bundel is ondertussen, als we het goed hebben, aan zijn vijfde (!) druk toe. Onder meer zijn lang gedicht Idylle ging bij iedereen in mijn buurt recht het hart in. “Mijn hart barstte open als granaatappels…” Erg innemende dichter die Mustafa Kör. Zonder verwijl bij te zetten op het schap van de te koesteren en te volgen dichters.

Charlotte Van den Broeck las de cyclus "Acht ∞" uit haar nieuwste bundel Nachtroer. Verstild en naar gewoonte helemaal uit het hoofd haar gedichten zeggend, ging Van den Broeck in 8 stappen (van 8 naar 1) van een gedicht, met veel intensiteit terug naar waar ooit een liefde begon. Fluweelzacht en toch met randjes! Niemand die het nog een wonder vindt dat Nachtroer genomineerd is voor, en zelfs een goeie kans maakt op de grote VSB-poëzieprijs. Het zou na Hugo Claus, Leonard Nolens en Jan Lauwereyns pas de vierde keer zijn dat de prijs die in januari jammergenoeg ophoudt te bestaan naar een Vlaamse dichter gaat. Benieuwd.

De afwezigheid van Inne Eysermans werd daarna volkomen, én ook muzikaal goedgemaakt door de huidige Dichter des Vaderlands Laurence Vielle die in de persoon van Vincent Granger haar vaste muzikant had meegenomen. In een eerste gedenkwaardig optreden liet ze in de beide landstalen en met veel taalbravoure alle treinen los. Na de pauze was het de hoogste tijd om de winnaars van de poëziewedstrijd "Dichter uit de Schaduw" naar het podium te halen. Niet minder dan 86 dichters stuurden drie van hun mooiste gedichten in. Geen makkelijke kluif noch klus voor de jury, bestaande uit Reinout Verbeke, Benedicte Crombez, Liselotte Vercaigne, Rino Feys, Edward Hoornaert en ondergetekende. Zoals eerder werd bekendgemaakt bekroonde de jury vijf dichters met een nominatie. Alle vijf bleken ze bij nadere kennisname een voor een al eerder poëtische strepen en streepjes achter hun naam te hebben gezet. Dat bleek ook uit hun voordracht. Leen Raats die verleden jaar nog de top100 van de Turingprijs haalde, las "Corpus Christi". Wim Vandeleene bracht zijn gedicht “De hond van Pavlov” en Leen Pil, die in het najaar van 2018 bij uitgeverij P debuteert, las “Langedijker herfst”. Een andere genomineerde Hans Depelchin was afwezig. Ook de winnares Tania Verhelst bleek allerminst een nieuwkomer in poetics te zijn. Het podium leek voor haar wel een natuurlijke habitat. Verhelst, van wie recent nog poëzie in Het Liegend Konijn werd opgenomen, las de drie gedichten van haar winnende inzending en trakteerde ons nog op een toemaatje.
Daarna was het opnieuw de beurt aan Laurence Vielle. Wat nog meer te zeggen over deze uitbarstende Brusselse taalvulkaan die van elke aanwezige een makkelijk speeltje maakt? Wervelwind, zandstorm, moessonregen… De regerende “dichter des Vaderlands” is “alles in een”. Vielle was in Ardooie wat ze zowat overal is: haar eigen stormachtige zelf. Samen met Reinout Verbeke (en Nevenwerking-gitarist Bart Couvreur) en Vincent Granger zorgde ze voor een bijzonder pakkende tweetalige versie van Je bent doelwit/Tu es cible. Wat ons betreft: hét hoogtepunt van de avond. Vielle schreef het naar de keel grijpende gedicht op 22/3/2016 als repliek op de aanslagen van Brussel. (Een soundcloud-versie van het gedicht vind je hier op de Reinoutmetnevenwerking-site).

Na het zachte en zotte taalgeweld van Laurence Vielle sloot Barbarber-icoon-om-eeuwig-van-te lezen-en-van-te-houden K. Schippers de avond af. Hij las enkele van zijn klassiekers en wat nieuw werk. Zoals we hem kennen: als fijnslijper alweer perfect in balans de grenzen aftastend tussen ernst, ironie en luim. Of ze nog werken of niet, die taalgrapjes van hem, K. Schippers zorgde voor een waardig slot van een zinderende literaire avond. Een hoogmis in de Wezekapel van Theater De Schaduw? Volgend jaar beslist opnieuw! Op dus naar editie 9...


Verslag: ©Paul Rigolle

Ook na te lezen via  deze link op de bladzijden van 'de Schaal van Digther'

Literaire Living - alle edities op een rijtje:

Editie 1 – zondag 20 mei 2007
Editie 2 - zaterdag 3 mei 2008
Editie 3 – zaterdag 14 november 2009
Editie 4 – zaterdag 20 november 2010
Editie 5 – zaterdag 19 november 2011
Editie 6 - zaterdag 24 november 2012
Editie 7 - zaterdag 7 december 2013
Editie 8 - zaterdag 25 november 2017





vrijdag 17 november 2017

Voorstelling "Jaarwerk MMXVII"

Zondag 19/11/2017 e.k. om 10:30 u stelt de VWS (Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers) "Jaarwerk MMXVII", het nieuwe jaarboek voor. In het kader, én volledig in het plaatje passend van "Krombeke Retour", is de plaats van afspraak: CC Ghybe in Poperinge. Zelf schreef ik voor het boek een inleiding die ik zondag graag wil en mag toelichten. Scriptomanen is de uitgever. Samen met de voorstelling wordt ook de VWS-prijs (een schitterend beeld van Renaat Ramon) toegekend. Na de eerdere laureaten Walter Haesaert en Willy Spillebeen gaat de eer dit jaar geheel en al terecht naar dichter-schrijver Luuk Gruwez.

De volledige inhoud van "Jaarwerk MMXVII" kun je nalezen via deze Schaal van Digther-link.



zaterdag 4 november 2017

Belgian rules/Belgium rules




Gisteren was ik een van de gelukkigen, jazeker, zo wil ik mij in deze context graag noemen, die in het Brugse concertgebouw de Belgische première van "Belgian rules/Belgium rules", mocht meemaken. Laat ik meteen maar zeggen dat de nieuwste voorstelling van Jan Fabre/Troubleyn er een is die ik niet had willen missen. In dit wervelende theaterstuk brengt Fabre zowat de hele Belgische geschiedenis in beeld. Vanaf de “stomme van Portici”, over “The last post” tot en met “het lied van de burgermannetjes” en de liederlijke exploten van het carnaval van Aalst en Geel. “Belgian rules/Belgium rules” is dan ook, zo blijkt, een schitterend fresco dat aan de hand van het werk van Vlaamse Meesters een historisch én actueel beeld schetst van het België dat we kennen, haten soms, maar – Ceci n’est pas un pays - eigenlijk onbewust meer liefhebben dan dat we dat beseffen.

Met gepaste ironie, exorbitant mededogen en snuivend cynisme houdt Fabre ons een spiegel voor waarin we moeiteloos onszelf en onze lot- en soortgenoten herkennen. Maf, surrealistisch, gelaten, wuft, grotesk… Alles kan op gepaste wijze en in overmatige dosis in dit stuk. Er is geen stijl- of glijmiddel dat niet wordt aangewend. Niets dat niet wordt gehanteerd.

Met nieuwe muziek van Raymond Van het Groenewoud en Andrew Van Ostade die ook heel straf acteert, een sterke tekst van Johan de Boose en dans- en vliegwerk van de hele Troubleyn-groep. Van wat “forbidden” is naar wat “obliged” om tenslotte te eindigen bij “what’s possible”, dat is de lijn die door Fabre voor ons wordt uitgezet. De hele voorstelling, zegmaar performance, duurt 3 uur en 45 minuten maar wegdommelen is er niet bij. Wel waar is dat een aantal passages (de ‘rules-gedeelten’) wat al te lang worden uitgesponnen maar dit gegeven doet nauwelijks afbreuk aan het spelplezier dat van deze voorstelling een fabelachtig totaalspektakel maakt.

Belgen en andere buitenlanders: ga dat zien!

(P.R.)




zaterdag 28 oktober 2017

Atelier

Wat je erft is waar je aan moet komen.
Een plek, een taal, dingen die getuigen.
Dit heet wat ooit een smidse was
in een dorp vol regen. Dat hier ooit
een man bewoog die leefde van en met

het vuur, ijzer kromde met zijn handen,
het blijft hem bij. Vuurtaal. Aambeeld.
De klank van hamers in een atelier
dat nu vol stilte staat. Licht lekt door
het dak. De wind giert door alle kieren.

Hier is hij het! Hier zal hij het zijn!
De jongen die hapert aan de bramen.
De man die breekt en davert en weet
hoe vol op een lier van leegte de eeuwen
kunnen trillen. Hier zal hij het zijn!

Van de verf de gedaante. Bereid tot alles.
Bereid tot veel. En alleen, tot op het laatst
alleen met een penseel van varkenshaar
dat op het linnen van de wereld
niets dan wonden hechten wil.


© Paul Rigolle


Vindplaats: Turingwedstrijd 2013 - Top 100

donderdag 12 oktober 2017

De Vlaamse Poëziedagen anno 2017

Ooit had ik het genoegen om mezelf de laureaat te mogen noemen van zowel de Basiel de Craeneprijs (1976) als de prijs van de Vlaamse Poëziedagen (Merendree, 1999). Het is dan ook bijzonder aangenaam om dit jaar een nieuwe editie van de Vlaamse Poëziedagen te mogen meemaken.
Onder impuls van de stadsdichter van Deinze, Luc C. Martens, wordt na fantastisch voorbereidend werk op het Kasteel van Ooidonk een uniek poëtisch programma aangeboden. Meer dan 40 dichters zijn dit weekend (14/10/2017 - 15/10/2017) in Ooidonk present om er ondermeer gedichten te lezen.  Zelf doe ik dat op zondagvoormiddag 15/10/2017. ("Poëtische borrelnootjes op het Kasteel"). Voorts zijn er kasteelbezoeken, workshops, een historisch boek, kunst enz.. Wat je dus maar wil!

Alle info op www.poeziedagen.be

 
Hieronder het definitieve programma

















https://www.deinze.be/poeziedagen

maandag 9 oktober 2017

Oostende, twintig jaar later...



Hieronder ook nog 's het integrale interview.

Paul Rigolle won een kleine twintig jaar geleden de eerste editie van de Poëziewedstrijd van Oostende. Wij zochten hem op en vuurden onze vragen op hem af.
Het is ondertussen een kleine twintig jaar geleden dat je de Oostendse Poëziewedstrijd won, wat is er je nog bijgebleven van je deelname?
Ondertussen, ik schrik er zelf van, is het inderdaad alweer bijna twintig jaar geleden dat ik de eerste editie van de Oostendse Poëziewedstrijd won.
En nog altijd noem ik mij een gelukkige laureaat.
Ik herinner mij dat ik voorafgaand aan de proclamatie een brief ontving waarin alleen stond dat ik één van de tien genomineerden was en dat de organisatoren zeer hoopten op mijn aanwezigheid. In die periode nam ik wel vaker deel aan literaire wedstrijden. Ik  had eerder al dergelijke poëziewedstrijden gewonnen in Deurle, Brugge, Roeselare en Blankenberge. In Oostende – waar ondermeer Simon Vinkenoog en  Geert Van Istendael in de jury zaten -  rekende ik niet echt op de hoofdprijs. Het was immers de eerste literaire wedstrijd waar je met “slechts” twee gedichten de fantastische prijs van, toenmalig, 100.000 franken, kon winnen.


Ik zie dat je blogt. Omarm je ook het gebruik van andere sociale media? Vrees je de impact van deze en andere vormen van vluchtige media (Facebook, Twitter, SMS) op het taalgebruik van de jongere generatie?
Ja, in twintig jaar tijd is de wereld bijna totaal van uitzicht veranderd. Ik vind dat echt verbazend soms. En zeker ook de snelheid waarmee dat is gegaan. Zelf ben ik altijd geboeid geweest door de opkomst van het internet en van de sociale media. En nog! Het leven kan nooit meer hetzelfde zijn. Eigenlijk was ik één van de eerste bloggers. (“Arcadim in Arcadië”). Twitter, Facebook en Instagram behoren tot mijn werkarsenaal. Ook blijf ik een blog bijhouden. Weliswaar met meer rustpauzes dan dat er activiteit te bespeuren valt. Ik vind, als je iets wil zeggen, elke vorm van medium mag, zelfs moet hanteren… Maar je moet het wel met de hoogstnodige zorg doen… Altijd rekening houden met het feit dat je op het internet sporen achterlaat die niet meer uit te wissen zijn. Je moet dus wel een beetje inschatten wat je al dan niet publiceert en wat je kwijt wil…  Over de impact van die sociale media is nog lang niet alles gezegd. Er zitten, daar zijn we ondertussen met zijn allen achter, ook heel wat kwalijke kantjes aan… Fakenews en allerhande vormen van beïnvloeding worden in de toekomst nog een grotere plaag dan ze nu al zijn.

Welke dichtbundel ligt er momenteel op de koffietafel bij je thuis?
Ik schrijf regelmatig over poëzie. Niet alleen voor “de Schaal van Digther” waarvan ik eindredacteur ben (en waarvan  onder andere ook Oostendenaar Frank Decerf, redacteur is) maar sinds kort ook voor het Kunsttijdschrift Vlaanderen. De poëzie waarin ik mij daarvoor nu laat onderdompelen is een tweetalige bundel van de nog niet zo lang overleden Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. ‘Het vaderpaard/It faderpaard, alle gedichten’ is de titel en het is een lijvige bloemlezing van meer dan 800 bladzijden. Heel mooie en bijzonder intrigerende poëzie.


Welk literair tijdschrift of naslagwerk vind jij een aanrader, zeker voor aanstormend talent?
Ik zei al iets over ‘de Schaal van Digther’, (http://digther.blogspot.com), een literair e-zine waaraan iedereen kan bijdragen als de teksten maar enig niveau halen en waarvan ik eindredacteur ben. Dat moet ik natuurlijk wel als aanrader vermelden. Het is een manier voor mij om de vinger aan de pols te houden van wat er vooral door jongeren geschreven wordt.
Jonge mensen raad ik ook altijd wel aan om hun werk ook naar andere literaire tijdschriften te sturen, toch die tijdschriften die op papier de internet-storm hebben overleefd.
Alle publicatiemogelijkheden die er zijn moet je proberen te gebruiken. Ook het internet biedt heel veel kansen tot publicatie. Eventueel beginnen met een eigen blog kan je ook al een eind op weg zetten…


Ben je lid van een literaire vereniging? Wat is de meerwaarde hiervan voor jou?
Ik ben bestuurslid van de VWS, de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers. Voor de vereniging waarvan iedereen lid kan worden, ook niet-West-Vlamingen, heb ik drie monografieën geschreven over drie West-Vlaamse dichters namelijk Magda Castelein, Philip Hoorne en Patrick Cornillie. Nu de provincie de subsidies heeft stopgezet, geven we nu elk jaar een Jaarboek van de West-Vlaamse literatuur uit. Het lidmaatschap geeft automatisch recht op een exemplaar van het jaarboek. De publicatie van het jaarboek wordt ook gekoppeld aan de toekenning van de VWS-prijs. Eerdere laureaten waren Walter Haesaert en Willy Spillebeen. Het mooie aan de VWS is dat je met zielsgenoten kunt van gedachten wisselen. Nieuwe boeken en publicaties, het schrijven zelf, het literaire wereldje, het zijn allemaal onderwerpen om lekker over door te bomen.


Hoe lang werk je gemiddeld aan één gedicht? Ben je eerder iemand die ’s nachts wakker wordt en opstaat om een ingeving te noteren, of moet je echt bewust gaan zitten en nadenken om iets neer te kunnen pennen?
Een gedicht ontstaat meestal door bijna achteloos een woord of een vers, of een idee te noteren. Dat gebeurt wel dagelijks. Vaak ook ’s nachts, jawel. Dat is de vonk die je vastlegt.

Vuur maken moet je dan weer later doen als je achter de schrijftafel zit. Want tenslotte is het met literatuur als met de meeste dingen in het leven, je bekomt niks als je er niet alle moeite voor doet.
Het komt dus, net zoals het cliché dat wil, vooral op transpiratie aan. De inspiratie zorgt enkel voor de overslaande vonken. Een gedicht ontstaat dan ook pas als je er echt, en soms dagenlang, voor gaat zitten. Er is geen geheim. Werken, en vaak zwoegen, is de boodschap. Soms laat een gedicht zich in enkele dagen schrijven, andere keren zeul je er jaren mee rond.

Neem je nog deel aan literaire wedstrijden?
Nee, zo goed als nooit meer. De meeste wedstrijden waarvoor je anoniem moet inzenden heb ik later ook gewonnen. Zo werd in de loop van de jaren, na de prijs in Oostende, poëzie van mij bekroond in Merendree, Sint-Niklaas,  Izegem en Harelbeke. Je kunt dus niet eeuwig blijven insturen. Bovendien vind ik dat dit soort prijzen vooral jonge mensen een duwtje moeten geven. Die prijzen hebben zeker een stimulansfunctie. Zeker ook die van Oostende! Daarom zetel ik ook af en toe zelf graag in jury’s, zoals onlangs bij de laatste editie van de Poëzieprijs van de Stad Izegem. Er is wel nog één prijs waar ik zelf blijf aan deelnemen. Dat is die grote Turing-prijs in Nederland. Ik haalde in het verleden al twee keer de top honderd. Niet slecht als je weet dat er voor die prijs jaarlijks meer dan 10.000 gedichten worden ingestuurd. Het bedrag voor de winnaar is dan ook niet niks, 10.000 euro.

Waar ben je op dit eigenste moment mee bezig? 



Ik ben altijd wel bezig met het schrijven van poëzie wat dan tot een nieuwe bundel moet leiden. Maar aan deadlines doe ik niet. Dat is misschien niet helemaal goed voor een schrijver. Maar het zij zo. Ik werk ook al jaren aan proza dat maar geen vaste vorm wil krijgen en voorts schrijf ik, als eeuwige freak van het wielrennen, aan een soort biografie van de wielersupporter die ik altijd geweest en gebleven ben, maar die natuurlijk evenzeer ook over mijn kijk op poëzie, literatuur, muziek en plastische kunst moet gaan… Ik hoop alvast dat er op termijn nog een aantal dingen van mij in boekvorm worden gepubliceerd.

Welke literaire zin of (deel van een) gedicht mag wat jou betreft als je epitaaf gebruikt worden?
Dat is wel een heel moeilijke…  Misschien iets uit “Tot het bestaat”, mijn recentste dichtbundel... Uit het gedicht ‘Recanati’ bijvoorbeeld: “Omdat niets voorspelbaar is, wordt alles waargemaakt in wat er staat geschreven.”


Lees hier Paul zijn Blogspot. Zijn website vind je hier
Datum van het bericht: donderdag 05 oktober 2017

Bron: www.oostende.be

Wie zelf zin heeft in deze wedstrijd kan voor de nieuwste editie nog insturen tot 1/11/2017.
Meer info via deze link.

vrijdag 6 oktober 2017

Dogville - Theater De Schaduw

Gisterenavond zagen we in Roeselare een simpele fabrieksloods uitgroeien tot een magische theaterplek die ons wel voor altijd zal bijblijven. In een verlaten pand “achter Aveve” in de
Rotsestraat maakten we het, in een regie van Eric Meirhaeghe, mee om de totaalvoorstelling Dogville tot leven te zien komen. En hoe! Na de eerdere gedenkwaardige sociaal-artistieke theaterprojecten van Theater De Schaduw ‘Midzomernachtsdroom’ (2006) en ‘Maustrofobie’ (uit 2009) is Dogville opnieuw een zegmaar adembenemende voorstelling geworden. Punt van vertrek en herkomst voor deze fijne brok massaal en massief theater was de gelijknamige en bekende film van Lars von Trier uit 2003 met Nicole Kidman, John Hurt en Paul Bettany in de hoofdrollen. Maar het dient meteen gezegd: op geen enkel ogenblik hebben we gisteren een reden gehad om aan de filmversie te denken. Dogville is in de Schaduw-theaterversie een beklijvende denkoefening geworden over macht en arrogantie. Een fikse en bijwijlen harde voorstelling over de plaats van de enkeling en de komst van de vluchteling in een plaatselijke vooruitkabbelende kleinsteedse gemeenschap. Een voorstelling ook over de “aard van het beest” dat bij elk van ons – al dan niet gekoesterd of gekneveld - onder de borst tot leven komt en op kansen ligt te loeren.

Het theaterverhaal neemt een aanvang wanneer de jonge vrouw Grace (gespeeld door Ilse De Rauw) opgejaagd door gangsters het ‘lieflijke’ stadje Dogville binnenvalt. Door de bemiddeling van de jonge schrijver/dorpsfilosoof Tom Edison Junior (Jan Verleyen) mag ze veertien dagen in Dogville blijven waarna de bewoners zich opnieuw over haar komst zullen uitspreken… Veel gratie van de bewoners staat Grace in Dogville evenwel niet te wachten. Het stuk groeit immers uit tot een rauwe allegorie over goed en kwaad met een plot dat men – voor wie de film niet heeft gezien – niet eens ziet aankomen. Een meditatie ook over de soms duistere drijfveren van wie pretendeert  
een schrijver te zijn. Dogville is met de inzet van ontelbaar veel mensen op en achter de schermen van Theater De Schaduw een zinderend geheel geworden dat ons de komende dagen zal bijblijven. Wat een werk moet hieraan zijn voorafgegaan! Jonah Muylle, productie- en artistiek leider van vzw De Schaduw, zij met een pak vrijwillige medewerkers meer dan geprezen. Aanvankelijk dacht men aan een voorstelling voor een dertigtal acteurs en figuranten. Het werden er zestig. Regisseur Eric Meirhaeghe weet ze strak en enthousiast allen hun eigen plaats te geven. De theaterbewegingen spelen zich, Von-trier-gewijs, af in een uiterst sober decor van Piet De Doncker dat de contouren van het verhaal op een visueel beklemmende manier weet af te lijnen. In het programmakrantje (de “Dogville Times”) lezen we dat er voor dit stuk onder meer 200 kartonnen dozen, 3,6 km touw, 200 katrollen en 200 tuimelpluggen zijn gebruikt… (Erg aardig woord overigens die "tuimelplug"). Het gebruik van de decorelementen komt bovendien ook mooi terug in de aankleding van de gelegenheidsfoyer.

De lichtregie van Mattias Sercu accentueert het geheel en het acteerwerk is zondermeer sterk te noemen. Met glansrollen voor de Verteller (Guido Vanderauwera), Grace (Ilse De Rauw), Tom Edison Junior (Jan Verleyen) en Grote Man (Henk Cnockaert). Al mogen we de prestaties van al die andere acteurs en figuranten die op een speelvlak van 17 op 37 meter overtuigend gestalte geven aan de bewoners van Dogville in geen geval onvermeld laten! Acteurs die zich een voor een “uitschudden als een doos”. De live- muzikanten “in dienst van het geheel” die met heel mooie soundscapes mee het stuk helpen optillen zijn Tom Ternest – eerder ook regisseur van Midzomernachtsdroom en Maustrofobie -, Jeroen Degrieck, Bart Couvreur en Thomas Camerlynck. Het succes van deze theaterversie van Dogville komt niet zomaar aanzetten vanuit het niets. Naast de data van de laatste voorstellingen van vandaag 6/10 en morgen 7/10/2017 staat een dikke “Uitverkocht”. Volkomen terecht. Dogville is locatietheater van de bovenste plank!

Dogville, Theater de Schaduw, sociaal-artistiek theaterproject
Dogville bij dwik.tv (fragment en gesprek met regisseur Eric Meirhaeghe)
Vzw Cultuurkapel De Schaduw
Dogville – Lars von Trier
Maustrofobie – “In het stof ons aanschijns”